Februari 2001

Jimmy de hond is deze maand vier geworden, al denken de meeste mensen nog steeds dat het een jonge hond van een jaar of zo is omdat hij zo enorm speels is. Als hij weer eens flinke bokkesprongen maakt en met vier poten tegelijk de lucht in springt om een andere hond tot spelen te verleiden kan ik me ook niet voorstellen dattie al bijna op de helft van zijn leven is, statistisch gesproken. Tegenwoordig heeft hij een identificatiechip, omdat we proberen hem aan de Engelse importregels te laten voldoen zodat hij mee kan als we weer op familiebezoek in Cornwall gaan. Dat mag namelijk pas met een speciaal attest en het halen daarvan is een kostbare en langdurige zaak. Eerst moet er een chip in zijn nek worden aangebracht. Daarna moet hij met een goedgekeurd vaccin tegen hondsdolheid worden ingeënt. Een maand na de vaccinatie moet er bloed worden afgenomen en in een speciaal door de Engelse regering aangewezen laboratorium in België worden onderzocht op de hoeveelheid aangemaakte antistoffen tegen hondsdolheid (250 gulden kost dat grapje, zonder de vaccinatie). Als er genoeg antistoffen zijn aangetroffen moet je zes maanden wachten en dan weer naar een speciaal aangewezen dierenarts gaan (in Amsterdam dit keer) die dan uiteindelijk een attest kan uitschrijven. Pas dan mag je (met de door de Engelse regering goedgekeurde vervoersbedrijven) de hond meenemen naar de UK. Helaas had Jimmy te weinig antistoffen aangemaakt, dus die moet nu eerst weer worden gevaccineerd en dan moet het Brusselse laboratorium een maand later weer zijn bloed onderzoeken. We zijn van plan om in het najaar naar Cornwall te gaan, maar nu weten we dus niet of we die planning nog halen met Jimmy.

Tim heeft Matthijs laten kennismaken met vingerverfen. Aan het geconcentreerde koppie kun je al zien dat het hem goed beviel, al verklaarde hij tussendoor diverse malen dat hij zijn handen wilde wassen. Het voorbereiden kost behoorlijk wat tijd, overal wat beschermend plastic om of over en voor Matthijs zelf een oude plastic tas als verfoutfit, dus ik ben bang dat het geen wekelijkse exercitie zal worden. We hebben het resultaat dus maar gefotografeerd.

Deze maand was Matthijs ook een beetje ziek. Het was vreemd, hij werd tegen middernacht hysterisch huilend wakker en kon niet duidelijk maken wat er was. “Pijn pijn”, zei hij, en wreef over zijn been, maar hij moest zo veel en hard huilen dat hij verder niet meer kon praten. Kusjes op het been hielpen niet, en hij bleef er ook niet op staan, dus dat was wel eng. Zalf op het been gesmeerd, en uiteindelijk een paracetamolletje gegeven, waarna we hem langzaam konden kalmeren en weer in bed konden leggen. 20 Minuten later werd hij weer heel hard huilend wakker, en toen we gingen keken had hij dus zijn hele bed ondergespuugd. Het was een grote bende, maar Matthijs was weer zijn gewone zelf toen hij kalmer was geworden. Vrolijk babbelend ging hij met pappa mee naar beneden om gewassen te worden, terwijl mamma de kamer een sopje gaf en zijn bed verschoonde. Achteraf denken we dat hij de eerste keer ook al erg misselijk was, maar dat gewoon niet aan kon geven en dus maar over zijn been ging aaien. Vandaar ook dat zalf en kusjes niets uithaalden natuurlijk, het ongemak zat op een veel vagere en moeilijker te bereiken plek.

Daniël is gewoon nog steeds verkouden, zoals het gros van de babies in de winter, maar is verder nog niet ziek geweest (klop klop klop). Hij groeit als kool en past al niet meer in maatje 74 dus gaat nu gekleed in wat oversized maat 80 kleertjes. Nadeel van die iets te ruime kleertjes is wel dat het niet zo goed blijft zitten terwijl Daniël een fanatiek tijgeraar is. Hij is dus al een aantal keren gewoon zijn broek uit gekropen.

Staan is nog steeds het einde natuurlijk, en hij schuifelt echt razendsnel langs het meubilair naar datgene dat hem interessant lijkt. Vaak is dat iets waar Matthijs mee bezig is, zodat hij na een achteloze elleboogstoot gefrustreerd huilend op de grond belandt. Maar ook de video is een grote favoriet, en alle tafeltjes waar papier of bekers/glazen/kopjes op te zien zijn. Net als zijn broertje is hij moeilijk af te leiden; zodra de onderbreking afgelopen is gaat hij direct weer door naar de plek waar hij naartoe wilde gaan. Hij staat de laatste dagen ook regelmatig los trouwens. Matthijs deed dat nooit zo duidelijk, maar Daniël gaat echt met beide handjes los staan om iets omhoog te tillen, of gewoon om te oefenen. Verder krijgt hij iets meer haar, als je maar goed genoeg zoekt en is er nog steeds geen tand te bekennen. Hij mist de tandjes nog niet, want hij eet rustig een dubbele boterham met niet te harde korstjes weg, en ook zachte stukjes fruit (plakjes banaan, stukjes peer) zijn geen probleem. Avondeten is wat moeilijker, daar doet hij wat narriger over. Potjes of zelfgemaakt maakt niet zo heel veel uit, hij is op niets echt happig. Gelukkig zijn alle andere dingen geen probleem, dus hij eet goed van een lepeltje en krijgt ook genoeg van alles binnen. Uiteindelijk vinden we vast ook wel avondmaaltijden die hij lekker vindt.

Met alle sneeuw en kou die we deze maand hebben gehad is het wat vreemd om al aan lekker weer te denken. Maar de HEMA had fietskarretjes in de aanbieding en eigenlijk wilden we al lang zo’n karretje hebben. Oer-Hollands met twee kinders op de fiets heb ik geprobeerd, maar daar voel ik met toch niet lekker bij. Ondankt de zadelpen om mijn zadel wat naar achteren te zetten pas ik niet makkelijk tussen het voorstoeltje en het zadel door wat snel reageren moeilijker maakt. Sturen is log, en mijn balans is ook makkelijk verstoord, dus ik vind het geen echt veilig gevoel. Vandaar de wens voor een karretje. We hebben hem nog maar een week en mijn fiets is net bij de fietsenmaker voor een grote beurt dus veel ervaring hebben we er nog niet mee. Maar de proefrit is uitstekend bevallen en Matthijs vindt het prachtig. De 10 minuten dat ze er samen in hebben gezeten gingen ook goed, op een klein incidentje toen Matthijs de muts steeds over Daniëls ogen trok na, dus ik hoop dat we hier straks veelvuldig gebruik van kunnen maken. En het karretje is heel handig; we hebben zelfs nog een stukje bagageruimte achterin.

 

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *