Bellenblaas en liesbreuk

Begin deze maand kochten we een nieuwe fiets voor Matthijs, een echte peuterfiets met zijwieletjes. Het enige nadeel is dat hij nu sneller is dan wij!

Daniël kreeg de driewieler, daar klom hij soms toch al op. Met de duwstang kan hij dan zitten en sturen; Matthijs vond dat altijd erg leuk (maar die was anderhalf toen hij de driewieler kreeg, Daniël is natuurlijk pas 14 maanden). Daniël wierp een blik op zijn broer en begon gefrustreerd met zijn beentjes te bewegen. Maar helaas, hij kan nog niet bij de trappers. Dus de eerste keer was niet zo’n succes, sturen interesseerde hem niet en hij was alleen boos omdat hij niet kon trappen.

Halverwege deze maand vond er bij Daniël een omslag plaats. Wij denken dat zijn tandvlees niet meer zo’n pijn doet; de doorkomende kiezen steken nu voor een groot deel uit zijn tandvlees, boven zijn er vier tanden door en onder twee. Maar van de ene dag op de andere is hij vrolijker, lacht veel meer, heeft meer contact met de mensen om hem heen, begint veel meer geluid te maken (ook interactief) en eet hij ook een stuk beter. Misschien dat we nu ook wat vlees op die ribbetjes krijgen!

Helaas heeft hij waarschijnlijk een liesbreukje. We zagen allebei een paar keer een grote wegdrukbare bult in zijn liesstreek. Last lijkt hij er niet van te hebben verder, maar de huisarts heeft hem doorverwezen naar de kinderarts voor nader onderzoek. Als het echt een liesbreuk is moet hij toch geopereerd worden denkt ze. Echt ongerust hoeven we ons niet te maken; als het twee maanden duurt voor we een afspraak kunnen maken is het niet erg. Alleen als de bult niet meer weggedrukt kan worden en als het kind er erg ontroostbaar bij gaat huilen moeten we linea recta naar het ziekenhuis want dan moet het direct, binnen een paar uur, verholpen worden. Maar een dusdanig beklemde liesbreuk schijnt uitermate zelden voor te komen.

Daniël heeft inmiddels ook de glijbaan op ons pleintje ontdekt. Hij klimt al helemaal zelf naar boven, wat ik wel eng vind (ook al sta ik er achter om hem op te vangen) maar hij moet toch zelf leren hoe zijn lijf werkt. Het grappige is dat hij ook hier dingen weer anders doet dan Matthijs. Die ging gewoon zittend naar beneden, maar Daniël draait zich vaak om, houdt zich nog met 1 hand vast en laat zich dan op zijn buik naar beneden glijen.

Matthijs is dol op zijn nieuwe fiets en kan er al erg goed op fietsen. Hij gaat wel erg snel dus is regelmatig veel verder weg dan vroeger. Wij zijn dan ook erg blij dat we veel moeite hebben gestoken in oversteken en verkeer. Hij wacht keurig op de stoeprand, kijkt heel goed of er auto’s komen en ook verkeerslichten begrijpt hij.

Auto’s ziet hij nog steeds een beetje als levende wezens. Hij zegt nog steeds “sorry auto” als hij tegen een geparkeerde auto aan botst, en als er bij het oversteken eentje stopt bedankt hij hem meestal uitbundig. Tractors en bulldozers vindt hij veel interessanter, daar wil hij altijd bij kijken. Wat dat betreft is het een echt jongetje, terwijl wij er echt alletwee geen moer aan vinden <grin>.

Hij heeft ook regelmatig een onzichtbaar speelkameraadje; zijn neefje Ramses van 7. Zitten we in de auto, hoor ik hem bijvoorbeeld zeggen:”Dank je wel Ramses, voor het spelen. Dat is heel lief van jou”. Vreemd dat hij Ramses uit heeft gekozen, wat zo heel vaak ziet hij zijn neefje niet.

Dankzij de ouders nieuwsgroep heb ik het perfecte recept voor bellenblaas-sop gevonden en nu blaast Matthijs met veel plezier grote aantallen bellen. Voor medegeïnteresseerden:

Bellenblaas (2,5 liter)
2 liter water
100 gram suiker (opgelost)
150 ml dreft (groene)
5 a 10 gram behangselplaksel

Alles goed door elkaar roeren, 24 uur laten staan en steeds even roeren.

Matthijs is nu ook volop in de vragenfase beland. “Mamma, waar wonen koeien? Mamma, waar wonen trams? Mamma, waar poepen vliegen?” De hele dag door, en dit is alleen nog maar het begin…?

Een van onze conversaties deze maand:
Matthijs:”Jij bent de allerliefste mamma”
Ik:”Dank je wel, wat lief dat je dat zegt”
Matthijs weer:”Jij krijgt een hapje van mijn ijsje”
Ik:”mmmm, graag, lekker”
Matthijs:”Jij krijgt ZONDAG een hapje van mijn ijsje”. Aarzelend:”Het is nu geen zondag hè?”

Ik ben deze maand eigenlijk voor het eerst met ze op de kinderboerderij hier geweest. Sindsdien zegt Daniël “aai aai” en aait hij de hond, dus dat is nu zijn vierde woordje. Hij begon heel netjes met “alsjeblieft” en “dankjewel” (alleen in klinkers uitgesproken, maar wel met goede intonatie en in de goede context. Als dat geen beleefd jongetje wordt…). Deze maand kwam ook “mamma”, maar zonder dat het echt verband met mij heeft. En nu dus “aai”, wel gelijk met de goede betekenis.

Op de kinderboerderij waren ook kuikentjes en jonge kippen, apart in een hok. Dus ik had uitgelegd dat de kuikentjes veel moesten eten en dan net zo groot zouden worden als de jonge kippen. Een tijdje later stonden we bij de ezel en Matthijs concludeerde “als de ezel veel eet wordt hij een hele grote ezel”. Aangezien het hier al een ezel van formaat betrof heb ik geprobeerd om uit te leggen dat dat alleen voor kinderen en kinderen van dieren geldt. Nu maar hopen dat dat op de goede manier in dat koppie wordt verwerkt.

Verder heeft Matthijs deze maand de vervelende gewoonte ontwikkeld om ‘s-nachts in zijn luier te poepen. Omdat hij daar enorm snel luieruitslag van krijgt moeten we dus altijd nog even controleren voor we zelf gaan slapen en dan bij een halfslapend kind de luier gaan verwisselen. Dat wordt niet altijd op prijs gesteld, maar gelukkig valt hij daarna wel weer snel in slaap.

Ook beklimt hij de hoge boekenkast als een aap, helemaal tot bovenaan, dus we zijn erg blij dat we de boekenkast tegen de muur hebben vastgezet. Hij gooit alles wat op de kast ligt of op de hoge planken ligt op de grond, dus daar zijn we niet zo blij mee. Weer meer dingen die echt achter slot en grendel moeten dus.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *