Van plons to (over the) pond

Mijn moeder heeft vorig jaar een soort piratenschip als souvenir meegenomen op een van haar verre trips. Omdat het ook als vlieger zou moeten werken heeft Tim lang staan te popelen om te kijken hoe goed hij zou vliegen. Dus toen ik een dagje weg was heeft hij de jongens meegenomen naar het sportveld bij ons achter en warempel; de vlieger doet het enorm goed en de jongens vinden het ook reuze interessant.

Verder heeft Matthijs het eindelijk uitgeprobeerd; en hij kan staan in de vijver met de eendjes…
Tim was de hond aan het uitlaten met de twee jongens en Daniël vroeg even zijn aandacht. Toen hoorde hij achter zich “Pappa… help” en toen hij zich omdraaide stond Matthijs tot aan zijn nek in de vijver. Hij holde er naar toe (doodeng, want je moet dan je andere dreumes achterlaten op de stoep) en viste hem uit de vijver. Zijn fietsje lag naast hem in het water en was duidelijk wel koppie onder gegaan, dus waarschijnlijk was hij gewoon rechtstreeks de vijver ingereden. Grote schrik, meteen thuis onder de warme douche gezet en gelukkig ging het toen weer goed met hem. We hebben daarna wel heel hard geoefend op het gebruik van handremmen!

Daniël is aan het oefenen voor Dansende Derwisj. Hij zoekt een hoog en liefst wankel oppervlak, zingt “la la la” en draait met een grote grijns op zijn gezicht hard in het rond.

Daniël is volgens mij trouwens nog eigenwijzer dan zijn broer. Neuzen en wangen aanwijzen op commando heeft hij geen zin in; als ik vraag “waar is je neus” doettie of hij oostindisch doof is. Maar op een ander moment knijpt hij wel in zijn neus en doet “peeeeep” (of in die van ons) dus hij is zich best bewust van die knobbel in het midden die we allemaal hebben. Hij spreekt drie woorden; Mamma, pappa en bye bye en is niet geïnteresseerd in een uitbreiding van zijn woordenschat. Maar met zijn communicatieve vaardigheden is absoluut niets aan de hand. Hij komt met een lege beker naar je toe, pakt je hand, duwt de beker er in en gaat er dan krijsend naar staan wijzen. Laatst zei ik tegen hem: “nee Daniël, pappa is in de keuken dus ga maar drinken aan pappa vragen”. Waarop hij de beker weer van me aanpakte, naar de keuken dribbelde, en daar begon te krijsen.

Ik maak me ook niet ongerust, omdat hij wel alles begrijpt, dus met zijn oren, begrip en vocabulair is duidelijk niets mis. Maar hij ontwikkelt zich wel heel anders dan Matthijs. Matthijs wees alles bijvoorbeeld al heel snel aan, en begon ook snel te brabbelen, maar was minder snel in gebaren nadoen. In alle boekjes staat dat kinderen zo verschillend kunnen zijn, maar als je het echt ziet gebeuren is dat zowel grappig als vreemd. Ik had me niet gerealiseerd hoe sterk ik Matthijs als referentiekader gebruikte voor normale kinderontwikkeling.

Daniël knikt bijvoorbeeld heel braaf ja en nee als we hem vragen of hij iets wil hebben, of wil doen, en meent dan echt wat hij knikt. Eerst dachten we dat hij maar een beetje met zijn hoofd schudde, maar dat is dus niet zo, hij bedoelt wat hij knikt. Dat is ons bij Matthijs nooit opgevallen, dat hij echt ja en nee knikte. Deed hij volgens mij ook veel later pas.

Daniël was absoluut niet geïnteresseerd in trap af komen. Met Matthijs begon ik daar met 16 maanden of zo op te oefenen, omdat ik natuurlijk zwanger was van Daniël en niet zo zwaar wilde tillen als het vermeden kon worden. Daniël hebben we dat ook diverse malen geprobeerd te leren, omdat het ook zo’n klimaapje is en we dus liever hebben dat hij in ieder geval rudimentair weet dat hij voorzichtig naar beneden moet klimmen. Maar na luidkeelse protesten als we weer begonnen hem ertoe te bewegen achterstevoren de trap af te klimmen zijn we maar gestopt.

De laatste week van oktober gingen we naar Cornwall met de kids, met de veerboot. En ja hoor; Daniël bekijkt de trappen even goed, klimt naar boven, houdt met twee handjes de leuning vast en loopt met zijn gezicht naar voren de trap weer af. Het kind weet duidelijk wat het wil – en laat zich daar niet van af brengen. Gelukkig merkten we in Penmoor (het huis in Cornwall van Tim’s familie) dat hij als er geen trapleuning is gewoon achterstevoren naar beneden klimt, zonder daar lessen voor nodig te hebben.

De vakantie in Cornwall was fijn! Ik was bang dat het net als onze Franse vakantie vooral leuk zou zijn voor de kinders en erg vermoeiend voor de ouders, maar een huis met kamers en deuren blijkt toch wel een heel groot verschil te maken. We hebben warempel nog tijd voor onszelf gehad, gelezen, gegeten en met vrienden wezen badmintonnen. Het was helaas erg regenachtig, dus we hebben minder gewandeld dan we hadden willen doen. De heidevelden daar zijn prachtig, en het aangrenzende dorpje is erg pittoresque.

We hebben ook nog een uitstapje gemaakt naar Trego Mills, een grootwarenhuis dat een nogal excentrieke miljonair als eigenaar heeft. Een klassieke eurofobische conservatieveling, die zijn politieke standpunten luid en duidelijk communiceert rondom zijn warenhuiscomplex. Bij voorkeur door grote beelden neer te zetten van (plaatstelijke) politici of om zijn ideeën te illustreren. Dit beeld bijvoorbeeld laat zien hoe een enterpreneur zucht onder de lasten van de onmenselijke Europese bureacraten (Euro-crats)…

Die middag hebben we ook nog lekker met de kinderen in een speeltuin gespeeld. Vooral de klautertoren met de spiraalglijbaan was een attraktie naar hun hart. En als Matthijs gaat klimmen en glijen kan Daniël natuurlijk niet achterblijven. Al durft Matthijs wel al heel stoer met zijn hoofd eerst en is Daniël daar nog te verstandig voor…

Op weg naar de boot hebben we nog wel om Matthijs moeten lachen. “Kijk, wat een grote vrachtwagen” zei hij op een gegeven moment, om daarna te vervolgen:” Die heeft heel veel gegeten, die auto”. De toegepaste logica is duidelijk, al klopt het niet. Je begint bij steeds meer dingen te merken dat hij regels begrijpt, zich eigen maakt, en toe gaat passen. Het duidelijkst is het in de taal, waar hij alle grammatikale regels begint toe te passen. “Ik heb geslaapt”, “Hij heeft gedoet” zijn dan de soort zinnen die hij maakt.

Verder kan Matthijs nu knopen zelf dichtmaken. Openmaken kon hij al, tot vervelens aan toe, want hij is in de fase dat hij zich alleen maar uit wil kleden. Iedere middag maak ik zijn kamerdeur open om een klein naakt jongetje naar buiten te laten komen, dat gelukkig WEL zijn luier aanhoudt. Maar hij kan zich nu dus ook al best goed zelf weer aankleden gelukkig.

In de keuken is niets meer veilig voor hem, hij pakt het keukentrapje en komt overal waar hij wil. Om krentebollen uit de broodtrommel te pakken, maar ook bijvoorbeeld om verpakt lekkers voor Jimmy te pakken en dan met de grote keukenschaar open te knippen. Ook weer zo’n beslismoment; verbied je hem dan streng om de schaar te gebruiken, wetend dat hij het dan toch nog een aantal keer zal doen achter je rug om, of leer je hem dan hoe hij die schaar voorzichtig moet gebruiken? IK neig toch vooral naar dat laatste, maar dub er wel over. In de praktijk blijkt dat opvoeden toch te bestaan uit oneindige reeksen beslissingen over dingen die net iets afwijken van de regel die je had bedacht. En bij de dingen waarvan je weet dat je ze streng moet verbieden gebeurt het ook wel regelmatig dat je echt je best moet doen je lachen in te houden

Zo mag Matthijs absoluut geen boeken scheuren (een nare gewoonte die hij zich de laatste maanden heeft eigen gemaakt). Maar vorige week kwam ik zijn kamer binnen en toen had hij zijn pyjama jasje omgedraaid, een blad uit zijn kleurboek gescheurd en in allemaal kleine snippers verdeeld, die hij vervolgens keurig in rijtjes op zijn grote teddybeer had gelegd. “Ik ben de dokter”, verklaarde hij trots, “en dit zijn pleisters om de beer beter te maken”.

Verder heeft Tim de voortuin deze maand grondig teruggesnoeid. Matthijs vertaalt dat met “Mijn pappa heeft de boom gezaagd” en hielp ijverig mee. De ladder die erbij te pas kwam is natuurlijk wel een enorme verleiding voor die twee klauteraars van ons. Voor we het wisten stonden ze alletwee bovenin!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *