Broers

Daniël is veel kieskeuriger dan Matthijs met eten en volgt veel meer het “klassieke” patroon van geen groente lusten. Maar pasta kan hij eten in hoeveelheden waar een volwassen mens echt zijn (of haar) best voor moet doen!

Matthijs houdt van eten, is ook makkelijker met eten, maar is bovenal gek op snoep. We proberen het te matigen door alleen ‘s-middags tegen vieren iets lekkers te geven en op feestjes en speciale gelegenheden, maar hij blijft verzot op zoetigheid.

Dat was bijvoorbeeld ook te merken op valentijnsdag. Op de peuterspeelzaal knutselden de kinderen een mooi zakje snoepjes in elkaar en dat was natuurlijk bestemd voor mamma; dat was toch immers de allerliefste. Behalve bij ons thuis, want Matthijs verklaarde stellig dat HIJ de allerliefste was – er was immers snoep mee te verdienen…

Toen ik vervolgens vertelde dat hij mijn allerliefste Matthijs was, maar dat zijn broertje mijn allerliefste Daniël was was hij wel met me eens dat Daniël allerliefst was. Maar HIJ bleeft dan toch de allerallerliefste; in delen had hij duidelijk ook geen zin.

Ik kan me daar niet zo druk om maken, want het valt mij eerlijk gezegd al enorm mee hoeveel ze wel delen met elkaar. Als er uitgedeeld wordt zal Matthijs bijna altijd ook om iets voor Daniël vragen, en Daniël geeft als hij twee ergens van heeft ook heel vaak spontaan eentje aan Matthijs. De jongetjes zijn gelukkig echt dol op elkaar. Natuurlijk slaan ze elkaar wel eens de hersens in, en dat zal mettertijd alleen nog maar erger worden. Maar ze beginnen ook regelmatig spontaan met elkaar te knuffelen en dat is wel zo’n hartvertederend gezicht.

Ze doen ook veel dingen samen trouwens. Samen kleuren, samen kleien, of samen op de bank naar een video kijken.

Matthijs is nu overdag volledig zindelijk en is er apetrots op al zo’n “grote jongen” te zijn. Omdat hij ook zoveel andere dingen steeds beter kan en leert zeggen we soms nog wel dat hij echt groot aan het worden is, en dan vertelt hij ons heel beslist dat hij “al groot is”.

Hij kan zichzelf nu al aankleden, behalve de knopen van zijn broek (haakjes kan hij wel) en soms een rits vastmaken. Dat scheelt vooral ‘s-morgens in de tijd, omdat je dan Daniël aan kan kleden terwijl Matthijs tegelijkertijd zichzelf in de kleren hijst. En natuurlijk is het makkelijk omdat hij nu zelf naar de wc kan. Hij kan ook zelf zijn laarzen/schoenen en jas aandoen dus we moeten wel oppassen dat hij niet spontaan bedenkt dat hij wel even buiten wil gaan spelen.

Je merkt ook aan hem dat hij steeds meer probeert logica toe te voegen aan dingen. Hij denkt, redeneert en begint te onderhandelen. Hij probeert zelfs al om discussies te winnen, wat dat betreft lijkt hij sterk op zijn moeder…

Laatst wilde hij niet gaan slapen. Ik vertelde dat het nacht was en dat hij dus moest gaan slapen. “Waarom?” wilde hij vervolgens weten, waarop ik me er met een dooddoener van af dacht te maken. “Iedereen slaapt ‘s-nachts Matthijs, dus jij moet ook gaan slapen”. Na even denken vond hij het argument toch niet goed genoeg, immers: “Grandpa is dood, dus die slaapt niet ‘s-nachts”.

Natuurlijk waren in februari ook de Olympische Winterspelen en daar mag ik tussendoor graag naar kijken. Matthijs keek dan mee, en besloot bij iedere nieuwe sport dat hij die ook wel wilde leren. Ik hoop dat hij als hij echt gaat beginnen nog net zo enthousiast is; ik zou helemaal geen bezwaar hebben tegen een fanatiek basketballende zoon straks. Aangezien we op kruipafstand van de schaatsbaan wonen hebben we beloofd dat hij schaatslessen mag volgen als hij vier is en dan zullen we zien hoe hij dat in de praktijk gaat vinden.

Vier worden is echt een grote mijlpaal voor hem. Dan mag hij immers naar de kleuterschool, net als zijn vriendjes op de peuterspeelzaal! Hoe groot de mijlpaal voor hem is merkten we toen hij met Tim aan het praten was over ouder worden. Tim vertelde hem desgevraagd dat hij ook ouder zou worden, maar dat Matthijs zelf in die tijd een grote meneer zou worden en misschien ook wel een klein zoontje zou hebben. Hij wilde weten of dat Matthijs wel leuk leek, een jongetje krijgen. Waarop Matthijs plechtig verklaarde dat hij dat wel wilde, maar “pas op de kleuterschool hoor, Pappa!”.

Daniël zal tegen die tijd op de peuterspeelzaal zitten. Ze gaan zelfs nog een paar maanden samen naar de peuterspeelzaal dus het zal me benieuwen hoe dat gaat. Daniël is nog steeds erg gefocussed op zijn grote broer en doet alles na wat Matthijs doet.

Dat kan heel vervelend zijn, als Matthijs hem leert rare geluiden te maken aan tafel of met zijn bestek op de tafel te rammen. Maar het kan ook heel leuk zijn als ze samen een spel doen. Ze verkleden zich dan bijvoorbeeld als wild dier, door een tijgermuts op te doen, of een berenmuts. Dan wordt er veel gegromd en achternagezeten. Daniël doet braaf mee, ook met het grommen en aanvallen. Alleen kan Daniël nog niet springen, dus die buigt zich halfgedraaid achterover om een aanloop te nemen en laat zich dan voorover op je schoot vallen. Als hij niet al is omgevallen bij de aanlooppoging. Meer een heel onbeholpen puppytijger dus eigenlijk, maar het is ontzettend leuk om te zien. Helaas stopt hij er iedere keer mee als ik de videocamera pak, dus ik ben bang dat zich er zelf later niet mee kan vertederen.

Daniël begint nu ook eindelijk wat meer woorden te gebruiken. Het vocabulair bestaat nu in ieder geval al uit mamma, pappa, heet, au, klaar, koeoeoeoeoe, please, bye bye, oog, dag, oma “attij” en een scala aan dierengeluiden.

Mijn moeder is natuurlijk erg blij met “oma”. De jongetjes zijn alletwee erg dol op hun oma trouwens en putten haar met liefde uit. Matthijs begint nu natuurlijk ook met haar echt te converseren en verbaasde haar deze maand door toen zij hem niet verstond in het Nederlands het Engelse woord te gebruiken om duidelijk te maken waar hij het over had (“giant” toen ze “reus” niet verstond). Wij zijn zo gewend aan de tweetaligheid dat het ons niet meer opvalt. Matthijs weet zelf wel dat het iets goeds is, al plaatst hij het ongeveer in dezelfde categorie als zindelijk zijn. “Ik heb twee talen, en ik ben een groot jongetje want ik draag een onderbroek”; zo ongeveer dus.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *