Derde operatie en tweede kampeervakantie voor Daniel

Mei begon goed, want op 1 mei vierden Daniël en ik onze verjaardag en was het prachtig warm weer. Iedereen kon dus in de tuin zitten, er was veel aanloop, de kinderen gedroegen zich netjes en de (magere) boeuf bourguignon voor 20 man was lekker. Heerlijke dag dus.

De volgende dag waren de kinderen ook nog even engelachtig. Matthijs en Daniël hebben de hele ochtend gezongen hoe lief ze elkaar vinden en samen een prachtige Knexx robot gemaakt en Falco heeft zo zoet gespeeld ‘s morgens dat ik pas na negenen wakker werd.

Daarna begon de meivakantie met een mooi dagje Artis met oma en twee dagen van inpakken en voorbereiden voor de vakantie in Frankrijk. Vrijdag reisden we eerst naar Brussel, waar we een tussenstop maakten om het huis van Tims moeder na te kijken zodat ze eind deze maand in een net huis aankomt. Dat was erg goed want zelfs naar Noord-Frankrijk is het een lange ruk in de auto voor kleine kinderen. En op deze manier konden we ook de aankomstzaterdag heel ongehaast en zonder stress reizen.

We kwamen laat aan, in een vrij modderige en koude camping waar het vol stond met Jeeps en groepen Jeep-rijders. De receptie was al dicht en we kregen de boiler in de caravan niet aan voor heet water. Dat was dus geen geweldig begin. Maar we konden lekker uitgebreid eten in de bar, de volgende dag bleken de Jeeps te vertrekken, de onderhoudsman kwam een volle gasfles aansluiten en het weer begon langzaam op te klaren zodat we uiteindelijk bijna alle dagen buiten hebben kunnen eten. Dat ging dus al gelijk stukken beter!

De camping was prachtig. Midden in niemandsland (de dichtstbijzijnde grote stad was St. Dizier, waar ik nog nooit van had gehoord), opgedeeld in ‘straatjes’ tegen een berg aan, veel groen, overal kleine speeltuintjes. De kinderen hebben heerlijk geravot en gewandeld, bomen geklommen, tenten gebouwd, bijna iedere dag een uurtje gezwommen in het overdekte zwembadje daar, kortom zich prima geamuseerd.

Onze vorige vakantie met kinderen, vier jaar terug, was bijna traumatisch. We hadden het zo druk met de kids en hadden zo weinig tijd voor onszelf dat ik na twee weken alleen een heel dun boekje had kunnen uitlezen. Dit keer voelde ik me dus een grote optimist omdat ik twee dikke boeken had ingepakt. Die halverwege de vakantie al uit waren! Dus ook wij hadden vakantie en konden bijkomen en genieten.

Tussendoor zijn we nog een dagje naar een pretpark geweest dat zo’n 45 km van de camping vandaan zat; Nigloland. Een prachtig park vol met allerlei grappige attracties. Jungleritten langs mechanische olifanten, ronddraaimolens van allerlei slag, paardrijritjes door indianendorpen, vliegende draken, zeehondenshow, spookslot, dinosaurissen die echt bewogen, een prachtige waterbaan – we hebben echt enorm genoten de hele dag.

De laatste dag van de vakantie begon het weer te regenen, dus toen zijn we in gaan pakken en een paar uur eerder dan gepland vertrokken. Dat gaf ons wel de gelegenheid om in Brussel te slapen en de volgende dag heerlijk bij te kletsen met vrienden daar die we al bijna twee jaar niet hadden gezien. En het weer was ook weer prachtig geworden, dus de kinderen hadden nog een heerlijke ravotdag erbij.

Uiteindelijk waren we pinksterweekend etenstijd bij Schiphol en konden we de vakantie op heel toepasselijke wijze afsluiten bij de McDonalds daar. Heerlijk heerlijk, ook omdat we nu dus gemerkt hebben dat het weer kan, weg met de kinders; het begin van weer een nieuwe fase met iets meer ruimte voor onszelf.

Terug in Nederland gingen we bij vrienden op bezoek. In de auto vroeg Tim aan Matthijs of hij wist waarom we daar op bezoek gingen. We verwachtten een antwoord in de trant van leuk spelen, of lekker eten of zo. Maar Matthijs kwam op de hem zo typerende wijze net iets bedachtzamer uit de hoek:”omdat je ze niet kwijt wilt raken”.

Falco praat steeds beter en beter. In de vakantie heeft hij uitgebreid ‘bonjour’ leren zeggen en hij heeft van een televisieprogramma (Dora) wat Spaanse woorden geleerd. Regelmatig hoor je hem dus ergens in de verte “arriba”, “abacho” of “bonjour” roepen. Hij heeft de gewoonte geïntroduceerd om ‘mam’ te zeggen in plaats van “mamma”. De andere twee doen dat dus ook steeds meer en ik moet er aan wennen maar ook om lachen. Zo’n tweejarige krummel die inene met zware schorre stem vraag “Smaakt het, mam? Lekker hè?” heeft toch wel iets aparts. Hij maakt nu puzzels van 50 stukjes bijna helemaal alleen, dat is ook apart om te zien.

Aan tafel kwam het gesprek op discotheken en wat dat waren. “Met van die grote bollen met lichtjes erin” bracht Matthijs als kenmerk in. “Ja, net als bij de zeehonden. Met allemaal vierkantjes” is dan het antwoord van Daniël die even laat zien dat hij echt een visueel geheugen heeft en scherp observeert (bij de zeehondenshow in Frankrijk hadden ze van die spiegelbollen, vol kleine spiegeltjes).

Eind van de maand moest Daniël weer onder het mes voor zijn oren. Hij was weer zooooooo dapper!! Tot en met het laatste moment, waar hij met het kapje op moet gaan ademen, deed hij vol vertrouwen braaf alles wat werd gezegd. Ze zijn ruim een half uur met hem bezig geweest en daarna mocht ik bij hem op de uitslaapkamer. Wakker worden viel ook dit keer weer tegen, met erg hoesten en pijn in een keel die geirriteerd was geraakt door het buisje erin. Maar na een kwartiertje tegen mamma aanhangen ging het weer wat beter gelukkig.

Tim was zo in de war van het slaapgebrek en toch ook wel de spanning, dat hij warempel vergat om Matthijs van school te halen. Gelukkig zit die nu zo dichtbij dat hij zelf van school naar huis kan lopen.

Een dag later kwam mijn moeder oppassen zodat Tim en ik naar de film konden en die had een cadeautje meegenomen voor Daniël, omdat hij zielig was. We vroegen hem of hij wist waarvoor dat was. “Omdat ik zielig ben”. Vervolgens vroegen we hem waarom hij ook al weer zielig was. Denk… denk… denk….. “Omdat ik met mijn hoofd onder water was gekomen?!” (was in de vakantie gebeurd). Dus Daniël heeft er niet al teveel onder geleden.

Daniël is natuurlijk ook gewoon vaak heel dapper. Twee dagen na de operatie moest hij voor controle bij de specialist langs. Daarvoor moest ook het verband op zijn oor verwijderd worden – dat met plakband aan zijn oor en alle haren daaromheen vast zat. Eén van de assistentes wilde het alvast erafhalen voordat de specialist hem zag, dus die nam ons mee naar een wachtkamer en probeerde het los te trekken. Daniël gilde van de pijn, kneep mijn hand helemaal fijn, maar sloeg haar handen niet weg. Dat vond ik al enorm knap voor een kind van net vijf. De andere assistente kwam op het lawaai af en zei dat de specialist het wel zou doen. Na even wachten mochten we daar naar binnen, waarop Daniël zonder aarzelen op de stoel gaat zitten en vol vertrouwen weer zijn hoofd draait zodat de specialist aan de pleister kan zitten. Ik weet niet eens of IK dat wel zou durven, na zo’n pijn geleden te hebben. Gelukkig had de specialist een spulletje dat de lijm oploste dus deed het helemaal geen pijn (hopelijk hebben ze dat nu ook aan de andere assistente uitgelegd, grrrrr!). Maar ik was helemaal onder de indruk van mijn dappere ventje.

Dat is maar goed ook, want in de toekomst moet het misschien nog wel een vierde keer. De gehoorbeentjes zijn namelijk nog steeds niet teruggeplaats. Bij de operatie bleek wel dat het cholesteatoom nauwelijks meer aanwezig was, maar er zat vrij veel ingedikt vocht en daaruit blijkt dat de buis van eustachius het niet vlekkeloos doet – een veel voorkomend euvel bij kinderen, waar hij nog vrij smal is. Een blokkade in die buis zorgt er ook voor dat het trommelvlies naar binnen wordt getrokken – en als daar botjes gemaakt zijn kan het daardoor weer beschadigen. Daniëls oor zag er nog wat onrustig uit en bijna ieder probleem in dat gebied zou er ook weer toe leiden dat de botjes afgestoten zouden worden. Kortom: voorlopig alleen goed in de gaten houden en voordat het oor echt tot rust gekomen is heeft het geen nut om iets te doen. Er is zelfs een klein kansje dat tegen die tijd blijkt dat het gehoorverlies zo minimaal is dat er geen operatie meer voor nodig is. Gehoorverlies doordat het geluid niet meer goed doorgeleid kan worden, zoals in dit geval, betekent alleen dat je geluid zachter hoort – en soms is dat maar een heel klein beetje zachter.

De 25e haalde ik Matthijs van school toen een oude dame naar me toe kwam en vroeg of dit de school was waar we moesten stemmen. Dus ik vertelde dat het wel de goede plaats was, maar dat we vandaag nog niet hoefden te stemmen. “Is het geen 1 juni?” schrok de oude dame. Ik vertelde vriendelijk dat het volgende week 1 juni was. Matthijs probeerde vriendelijk te zijn en sprak meewarrig “oude hersens hè…”

Dat weekend was het ‘dag van het park’ bij ons in Haarlem. ‘s Morgens was het heerlijk zonnig, ‘s middags betrok het maar het begon gelukkig pas tegen de avond te regenen. Daardoor konden de kinderen aan alle spelletjes meedoen en alles zien wat er te zien was. In ons park waren dat warempel echte ridders en andere mensen uit de middeleeuwen. De kinderen waren vooral diep onder de indruk van de riddergevechten. Matthijs mocht op de foto met de ridders en die zie je glimmen van trots omdat hij het zwaard vast mocht houden. Falco pakt er dan gewoon ook eentje, als Matthijs het doet dan moet het zo. Daniël vond het toch nog wel wat eng, zo dichtbij die indrukwekkende krijgers, dus die bleef aan de kant staan.

En de allerlaatste dag van deze (drukke) maand mochten Tim en ik op school komen voor een gesprek met de lerares en met de psychologe van de schoolbegeleidingsdienst. Laatstgenoemde had Matthijs twee keer geobserveerd omdat hij in de klas toch niet altijd lekker meedraait ondanks het aangepaste programma. Het verslag krijgen we nog toegestuurd, en hoewel het niet wereldschokkend was of heel veel nieuws bevatte hopen we toch een paar dingen te kunnen verbeteren. Bij slimme kindjes gebeurt het vaak dat ze bij de instructie missen omdat ze na de eerste zin al afhaken (“dat weet ik wel”). Bij Matthijs gebeurt dat ook en de juf komt na de instructie altijd even naar hem toe om een korte uitleg te doen en te vragen of hij het weet. Dan zegt hij ja, begint, loopt vast, kijkt naar het kindje naast zich en doet dat na – maar dat kindje heeft geen aangepast programma dus die doet iets anders… De psychologe adviseerde om hem niets te vertellen, maar om hem te vragen zelf te beschrijven wat hij moet doen. Een kleine aanpassing, maar wel een goede. Zo waren er nog een paar praktische puntjes.

We zijn het er allemaal over eens dat het belangrijkste punt van aandacht moet zijn om Matthijs te leren leren, om zijn werkhouding te verbeteren. Ze vertelde dat de meeste kinderen daar op de kleuterschool al strategieën voor ontwikkelden, spelenderwijs. Maar kinderen die zich nooit hebben hoeven in te spannen onwikkelen daar geen goede methode voor, plannen dingen niet goed in, kunnen heel chaotisch worden omdat ze op goed geluk beginnen en dan tussendoor een aantal keren bij moeten stellen – en daar krijgen ze meestal wel het gewenste resultaat mee maar geen goede werkhouding (plannen, kijken wat je nodig hebt, bedenken hoe je het aan gaat pakken, etc.). Onze prioriteit, zowel thuis als in de klas, wordt dus leren leren door Matthijs bij te brengen hoe hij moet plannen, evalueren en strategieën kan ontwikkelen.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *