Vakantie Down Under

Donderdag was de laatste schooldag en vrijdagochtend om 7 uur vertrokken we bepakt en bezakt naar schiphol om onze lange reis te beginnen. Dat begon helaas wat hobbelig, want het vliegtuig dat ons naar Londen zou brengen was te laat. Daardoor kwamen we te laat op Heathrow aan en misten onze aansluitinde vlucht naar Singapore.

Heathrow is een ramp. De instelling van de mensen daar is het waardig om in een John Cleese trainingsvideo als voorbeelden van hoe het niet moet te fungeren, zo onbeschoft en klantonvriendelijk is het merendeel. Natuurlijk zitten ook daar hardwerkende mensen die zich de benen uit het lijf lopen om dingen voor elkaar te krijgen en in een demotiverende omgeving met zulke collega’s zou je er nog veel meer bewondering voor moeten hebben – als je inmiddels niet te kwaad en geirriteerd was geraakt.

Na een uur of twee wachten kon de inboekhulp op Heathrow ons twee alternatieven bieden. Ofwel ons op de wachtlijst zetten voor een vlucht die 9 uur later naar Singapore zou vertrekken en hopen dat de aansluiting ook daar slecht zou verlopen (een reële kans vertelde hij me) zodat er 5 plaatsen vrij zouden komen. Ofwel een alternatieve vlucht nemen via Los Angeles (dat is de andere kant op, maar als je naar Down Under moet maakt dat natuurlijk niet zoveel uit) en dan hadden we zeker plaats. Ik heb hem nog teruggestuurd om na te vragen of we daar echt op konden zonder visum en zoals we nu waren, gezien de idiote veiligheidseisen in de USA momenteel, maar na een half uur kwam hij ons braaf vertellen dat er geen problemen zouden zijn.

Drie uur later wilden we inboeken op de vlucht, toen bleek dat je alleen in Amerika mag landen als iedereen een eigen paspoort heeft, en de kinderen staan bij mij in het paspoort. Dus mochten we er niet in en moesten we weer een alternatief zoeken. Na veel gesteggel en moeite van de bazin van BA daar werden we ingeboekt op een vlucht naar Hong Kong en konden we daarvandaan met Virgin Airlines naar Sydney. BA gaf ons business class en daar waren we hard aan toe inmiddels, zo kregen de kinderen (die inmiddels vrij uitgeput waren) ook wat slaap. Virgin is alleen goed te doen voor kinderen en dwergen. Smalle dwergen. ‘Nuff said.

Met 14 uur vertraging kwamen we uiteindelijk zondagochtend vroeg aan, waarna we helaas tot de ontdekking kwamen dat AL onze bagage weg was. Vervolgens misten we door de verschillende aankomsttijden prompt mijn tante, die ons op zou komen halen. De jongste twee kinderen lagen inmiddels in coma op de bagagekarretjes en wij stonden ook te tollen op onze na drie dagen reizen niet meer heel frisse benen. Gelukkig lijken Australiërs absoluut niet op Heathrow personeel. Overal stonden mensen die ons wilden helpen, de jongen die ons een pre-paid chip voor de telefoon kocht leende ons zijn eigen mobiel en we kregen meteen mijn neef aan de lijn die ons van het vliegveld op kwam halen en naar het appartement van zijn vader bracht waar we de eerste paar nachten zouden blijven.

Daarna was het nog een hele heisa om op zondag een beetje kleren te vinden, helemaal omdat de maten heel anders zijn en ik mezelf te vies vond om te kunnen passen. Maar dat lukte uiteindelijk en mijn tante (met wie we diezelfde ochtend herenigd werden, leve de mobiele telefoon!) wist me naar wat tweedehands kledingzaken en goedkope supermarkten te leiden waar we de eerste noodzakelijkheden in konden slaan. Dat moesten we de dagen daarop nog wel een paar keer herhalen ook, want uiteindelijk hebben we de eerste tas (van 5) in week 3 gekregen, de tweede in week 5, twee tassen op de dag van vertrek in Sydney en de laatste tas kon ik op Schiphol ophalen toen we al een week terugwaren.

Op dat hobbelige begin na hebben we echter een fantastische tijd gehad. Alle avonturen zijn uitgebreid na te lezen op ons reisblog, met alle foto’s uit Australë erbij. Maar misschien zegt het al genoeg dat ik voor het eerst van mijn leven serieus heb overwogen te emigreren.

Australië heeft een prachtige natuur en een fijn klimaat, zeker in NSW waar we vooral gereisd hebben. Maar bovenal vonden we de mensen er heel erg aardig, behulpzaam, open en geïnteresseerd. Daar waar Nederland me begint te benauwen omdat het vastbesloten lijkt af te stevenen op een combinatie van de verstikkende moraliteit uit de vijftiger jaren en de zelfzuchtige intolerantie uit de dertiger jaren, is Australië een combinatie van de oud-Engelse gastvrijheid en de frisse ondernemingsgeest van een jonge natie.

De eerste paar dagen in Sydney waren we nog behoorlijk van slag door de jet-lag en de zware reis. Maar gelukkig bleef mijn tante (de zus van mijn moeder) bij ons en heeft ze ervoor gezorgd dat we alle belangrijke dingen die we wilden doen ook konden doen en zien. Het fijne van lokale mensen is ook dat ze de regeltjes kennen die je niet altijd uit je toeristengids haalt – en dat ze weten welke tijden beter zijn voor welke plaatsen enzo.

Het weer was niet zo geweldig, de Australiërs klaagden dat het de koudste winter in 17 jaar was, maar we hebben op die eerste paar dagen na steeds beter weer gehad dan de zomergasten in Nederland dus wij klaagden niet. Na een paar dagen haalden we onze camper op en volgden mijn tante naar de Blue Mountains, waar ze woont. In dat prachtige berggebied hebben we natuurlijk de Three Sisters gezien, een superlange trap afgelopen en de steilste trein ter wereld omhoog genomen.

Daarna zijn we via de kust (Pacific Highway) in ons eigen tempo omhoog gereisd. Eerste stop was mijn andere tante, die longkanker had. Later in 2007 is ze overleden, dus het was fijn om haar nog even te kunnen bezoeken. Daarna hebben we per dag besloten hoe ver we wilden reizen de volgende dag en waar we dachten te gaan stoppen. De kinderen hebben natuurlijk de typisch Australische dieren bewonderd en ge-aaid, al bleek de grootste indruk te zijn gemaakt door het feit dat ze een koe mochten melken. Dat laatste moeten we in Nederland dus ook maar eens doen.

Via het meest Oostelijke puntje van Australië (Byron Bay) hebben we nog een stukje Queensland meegepikt. Maar dat vonden we wat toeristischer en wat minder vriendelijk dan NSW, al zijn we wel heel blij dat we Frasier Island hebben gezien, Hervey Bay zijn rondgevaren en nog een klein stukje van het Great Barrier Reef hebben kunnen bewonderen.

Daarna zijn we via het binnenland weer teruggegaan. Dat was grappig, ook omdat de huizenstijlen daar weer heel anders zijn, meer lijken op wat we in Europa gewend zijn. De Keltische streek had een soort mini-versie van Stonehenge nagebouwd en had er verder geen enkel probleem mee om alle plaatsnamen keltisch te ondertitelen. Tim, als halve Ier, had er vaak gemengde gevoelens bij, maar ik vond het wel leuk.

Verder naar beneden hebben we ook overnacht in het National Park Warrumbungle en dat was een van de mooiste ervaringen die we daar hebben gehad. Het voordeel van de camper is natuurlijk dat je overal stil kunt staan met een redelijke mate van comfort, maar in dat park hadden we genoeg stroom voor alle luxe dingen in de camper terwijl we tegelijkertijd echt middenin de natuur zaten. Als je naar het wc-huisje liep (chemisch toilet in de camper bewaarden we voor nachtelijke nood) sprongen de kangaroes en wallabies voor je voeten weg, we keken uit op een veld vol emu’s en genoten van een rijke verscheidenheid aan vogels. En één hele grote dikke spin, die zich recht voor de deur naar de dames-wc geposteerd had, dat was wat minder aangenaam.

Verder naar beneden kwamen we uiteindelijk weer in de bergen terecht, waar we de koudste nacht in heel ons verblijf hebben meegemaakt. Mutsen en handschoenenweer, maar het plaatsje waar we sliepen (Oberon) liet zich er dan ook op voorstaan dat het vier echte seizoenen kende en een dusdanig gematigd klimaat dat ze er bijvoorbeeld ook tulpen konden kweken…

Inmiddels was Tim (die als enige mocht rijden met het grote monster) behoorlijk bedreven geraakt in het besturen van de gigacamper. Daardoor durfden we het ook aan om via enge nauwe bergweggetjes de druipsteengrotten van Jenolan te bezoeken. Gelukkig maar, want ik had ze niet graag gemist. Erg groot, oud en indrukwekkend!

Na nog een paar dagen kust met lekker zomers weer kwam het einde weer in zicht. Dit keer verbleven we met de camper in Sydney. We vonden een prachtig Nationaal Park, midden in Sydney en met een prima verbinding naar het centrum, waar we de camper konden parkeren. Ze hadden ook cabines te huur, dus als iemand ooit eens een paar dagen in Sydney moet verblijven; dit is echt veel leuker dan in een hotel zitten. Cove Lane Park, een aanrader!

Hoewel we nog veel langer in Australië hadden kunnen blijven was het ook wel weer fijn om naar huis te gaan. De ruimte van een echt huis, grote bedden, de vriendjes en vriendinnetjes.

Gelukkig verliep de terugreis zonder problemen. We schrokken nog wel even op toen we tot twee keer toe aangesproken werden door het cabinepersoneel van de Quantas (“are you the parents of Matthijs Noyce?”). Maar beide keren was het om ons uitgebreid te complimenteren met onze keurige welopgevoede zoon. Dat is ook wel fijn om mee te maken, en om bevestigd te krijgen dat het erg van zijn omgeving afhangt hoe goed hij zich kan gedragen.

Trouwens, het gedrag van de kinderen is de hele vakantie eigenlijk erg goed geweest. Tijdens de reis hebben ze zich heel manhaftig gehouden, ook bij de rampzalige heenreis. En ook tijdens het reizen hebben ze zich over het algemeen goed weten te amuseren en waren de meeste ruzietjes klein en snel over. Ik denk dat we allemaal erg genoten hebben van de reis en ik hoop dat onze uitgebreide verhalen en vele foto’s ervoor zullen zorgen dat het ook bij hen goed in het geheugen gegrift blijft.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *